Lezing Patrick van Schie over vrouwenkiesrecht

Op vrijdagavond 6 maart 2026 hield onze vice-voorzitter, Patrick van Schie, in het museum van het Maczek  Memorial Te Breda een lezing over vrouwenkiesrecht. Dit in het kader van de ‘Strijdbare vrouwen, weerbare democratie’-activiteiten die Maczek Memorial in 2026 rond Internationale Vrouwendag organiseert.

Patrick van Schie gaf eerst een korte introductie over het Europees Instituut over de Communistische Onderdrukking – Eioco – en haar doelstelling. Hij wees op het ereveld ter nagedachtenis van de Poolse militairen die in 1944-45 zijn gestorven bij de bevrijding van Nederland en hoe Polen, net als andere zogenoemde satellietstaten in Midden- en Oost-Europa, destijds niet werden bevrijd maar een nieuwe bezetter kregen: de Sovjet-Unie. Nederland heeft 5 jaar onderdrukking door het nationaal-socialistische Duitsland moeten ondergaan, voor de ‘satellietstaten’ in het ‘oostblok’ duurde de onderdrukking tien keer zo lang omdat zij na de Duitse bezetting nog decennia onderdrukking onder het communisme te verduren kregen.

Onder het communisme hadden vrouwen net als mannen kiesrecht, maar het was voor beiden volstrekt waardeloos. Je kon immers maar op 1 partij stemmen – de communistische – of hooguit naast op die partij nog op enkele volledig ondergeschikte surrogaat-partijen, zoals in Polen en de DDR. De lezing van Patrick van Schie handelde daarom verder over de weg naar het vrouwenkiesrecht uitsluitend in vrije, democratische landen. Het eerste land waar vrouwen op nationaal niveau algemeen kiesrecht verwierven was Nieuw-Zeeland (1893), in Europa gebeurde dat als eerste in Finland (1906).

Patrick van Schie ging in zijn lezing in op de argumenten die – zelfs al in de 17e en 18e eeuw – voor en tegen vrouwenkiesrecht te berde werden gebracht, op waarom het in sommige landen eerder en in andere landen later tot stand kwam, en in welke partijen de meeste voorstanders te vinden waren dan wel de meeste weerstand. In Polen kwam het algemeen vrouwenkiesrecht vrij pardoes tot stand bij het herwinnen van de onafhankelijkheid van het land aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, nadat het land in 1795 door de buurlanden (vooral Rusland en Pruisen) was opgeslokt. Op 26 januari 1919 konden alle volwassen vrouwen en mannen er naar de stembus. Helaas verviel het land zeven jaar later in een dictatuur.

Patrick van Schie zoomde in zijn lezing verder nader in op hoe een en ander is verlopen in België, Groot-Brittannië en Nederland. In Nederland kwam het algemeen vrouwenkiesrecht twee jaar na het algemeen mannenkiesrecht tot stand, namelijk in 1919, wat bij de invoering van dat laatste maar door weinigen werd verwacht. Tegelijkertijd liet hij aan de hand van een vroege opiniepeiling – uit 1920 – zien dat tegenover vrouwen die verheugd waren er indertijd ook nogal wat vrouwen waren die er weinig in zagen of er onverschillig tegenover stonden.

Tegenwoordig is algemeen kiesrecht voor vrouwen en mannen in ons land gelukkig alom geaccepteerd. Hoe waardevol dat is kunnen mensen vooral beseffen door te kijken naar dictaturen waar burgers vrije verkiezingen met een meerpartijensysteem moeten ontberen.