Ontmoetingen in de Albanese goelag tussen 1974 en 1991

Boeksignalement van Fatos Lubonja, Een gevangenisleven (ISBN9789076905648) 280 pp.

Patrick van Schie

Albanië zuchtte na de Tweede Wereldoorlog onder een nog strenger communistisch regime dan andere Oost-Europese landen. Zijn dictator, Enver Hoxha, werd wel de Stalin van Albanië genoemd. Hij verafschuwde de destalinisatie in de Sovjet-Unie vanaf 1956 en brak met Moskou toen in 1961 de Sovjet-Unie een hoogoplopend conflict met Mao’s China kreeg. Na Mao’s dood vijftien jaar later bekoelden ook zijn relaties met de Volksrepubliek China en raakte Albanië verder in isolement.

Het land kende een grote hoeveelheid strafkampen. Fatos Lubonja kwam er op 23-jarige leeftijd terecht, nadat de geheime politie zijn dagboeken had nageplozen en daarin kritiek op Hoxha zag, Zelfs de lichtste vorm van kritiek – een uiting van zorg over de tekorten aan levensmiddelen of brandstoffen – kon leiden tot vele jaren opsluiting. Vluchtpogingen werden al helemaal zwaar bestraft; volgens de communistische wetgeving van het land was dat een vorm van ‘landverraad’. Fatos Lubonja zou in totaal zeventien jaar in verschillende strafkampen doorbrengen, tot de val van het communistisch regime in 1991.

In Een gevangenisleven staan niet zozeer zijn eigen ervaringen in deze strafkampoen centraal maar de levensverhalen van mede-gevangenen die hij in de loop der jaren ontmoette. Het boek begint op de eerste dag dat hij in een van de strafkampen belandde en daar keek op een krappe binnenplaats waar gevangenen dicht opeen rondjes liepen: ‘een weerzinwekkende, ronddraaiende mensenmassa’. In die draaikolk gingen individuen verloren maar tijdens zijn jarenlange verblijf in de strafkampen laat Lubonja de lezer juist kennismaken met de verhalen van verschillende gevangenen, hoe zij in de strafkampen waren beland – vaak vanwege pogingen uit land uit te vluchten – en hoe zij al dan niet de moed erin hielden ondanks alle ontberingen en afranselingen.

In een van de hoofdstukken staat niet een mens maar een poes centraal, Çuçi, dat wil zeggen via deze poes krijgen we tevens zicht op haar eigenaar die aan de poes de warmte van aanrakingen met een levend wezen ontleent. Andere gevangenen mogen van hem met de poes omgaan en haar te eten geven mits ze maar niet proberen haar aan de eigenaar te ontnemen. De poes heeft haar jachtinstinct natuurlijk behouden en valt op een gegeven moment konijntjes van een van de bewakers aan. Niet veel later wordt de poes dood gevonden, doorzeefd met hagel. Het is een klap die haar eigenaar niet te boven komt.

Fatos Lubonja laat zo zien waaraan diverse gevangenen zich in de troosteloze hel van het kampleven vastklampen. Menigeen droomt van een leven na het kamp, ook al lijkt, en is, dat onbereikbaar en vervliegt de hoop voor de meesten telkens wanneer een spaarzame amnestie wordt afgekondigd. Fatos zelf klaagt in dit boek niet ov er zijn lot maar betoont zich een scherp waarnemer van het menselijk (nood)lot.

Foto:©Beata Bruggeman-Sekowska. Lijsten met namen van slachtoffers van het communistische regime in Albanië en kleding van politieke gevangenen, gefotografeerd in Bunk’Art 2 in Tirana. De bunker werd tijdens het communistische tijdperk gebouwd als atoombunker voor het Albanese ministerie van Binnenlandse Zaken en was bedoeld als schuilplaats voor de regeringsleiding in geval van oorlog. Tegenwoordig is Bunk’Art 2 ingericht als museum en herinnert het aan de geschiedenis van het communistische regime en de slachtoffers van politieke vervolging.