Boeksignalement van Emmanuel Waegemans, Samizdat. Geschiedenis van de Russische ondergrondse (Antwerpen, 2024) 256 pp.
door Patrick van Schie
Direct nadat de communisten in Rusland in oktober/november 1917 hun staatsgreep pleegden stelden zij censuur in. Niet alleen kranten en politieke berichten maar alle publicaties werden onder controle van de communistische partij gebracht. De Russische filosoof Vasili Rozanov constateerde meteen dat er een “ijzeren gordijn” [!] werd neergelaten. De schrijver Konstantin Paoestovski schreef hierover: “De middeleeuwen verbleekten bij de wreedheid, de teugelloosheid en de plotseling uitbrekende barbaarsheid van de twintigste eeuw”. Zelfs Maxim Gorki, later door het communistische regime gevierd als hun literaire boegbeeld, uitte zich kritisch. Reeds op 20 november 1917 schreef hij: “Lenin, Trotski en consorten zijn al verpest door het stinkende gift van de macht: daarvan legt getuigenis af hun schandelijke houding tegenover de vrijheid van woord, van persoon en al die vrijheden waarvoor de democraten vroeger gevochten hebben.”
Bovenstaande citaten komen uit het boek Samizdat van emeritus hoogleraar Russische literatuur en cultuur aan de KU Leuven Emmanuel Waegemans. Samizdat slaat op de ‘illegale’ publicaties na de dood van Stalin in 1953 die Waegemans uitvoerig belicht; de auteur behandelt overigens eveneens de weg ernaartoe. Onder Stalin was het regime zo onderdrukkend dat van literatuur die aan de verstikkende controle van het regime wist te ontsnappen amper sprake kon zijn. Na Stalins dood ontstond er wel een circuit van ondergronds uitgegeven en verspreide literatuur. Het zou een misverstand zijn te denken dat het regime deze gedoogde. Op enkele publicaties ten tijde van partijleider Chroesjtsjov na werd de samizdat waar mogelijk namelijk in beslag genomen en werden de auteurs vervolgd, in kampen of in psychiatrische inrichtingen opgesloten, en in sommige gevallen naar het Westen uitgewezen of geruild voor Russische spionnen.
Samizdat betekent ‘zelf uitgegeven’. De term komt waarschijnlijk van de dichter Nikolaj Glazkov, die eind jaren 1940 (nog onder Stalin dus) zijn gedichten bundelde en als ‘uitgever’ opgaf ‘zelf uitgegeven’ (sam sebja izdal). Een variant hiervan was de literatuur die naar het Westen werd gesmokkeld en daar door uitgeverijen werd gepubliceerd: de tamizdat. De befaamde dissident Vladimir Boekovski typeerde de samizdat eens als volgt: “Ik schrijf zelf, censureer zelf, geef zelf uit, verspreid zelf en ga er zelf voor in de nor.” Een deel van de verboden boeken ging over het leven in gevangenissen en de kampen van de Sovjet-Unie, maar ook gewone literatuur en gedichten werden veelal verboden. Kritiek op de Sovjet-Unie en de partijleiding was uit den boze, maar wat als kritiek werd beschouwd kon ver gaan. Zo was het verboden om te schrijven over prijsverhogingen (over prijsverlagingen mocht wel worden geschreven), over tekorten aan levensmiddelen, over branden, orkanen of andere natuurrampen in de Sovjet-Unie en over een verhoogd levenspeil in het Westen.
De meeste veroordelingen van dissidenten (zoals de schrijvers van samizdat-literatuur) vonden plaats op grond van 3 artikelen uit het strafwetboek van de RSFSR (Russische Socialistische Federatieve Sovjet-Republiek):
- Artikel 58/10 (versie 1922): “Propaganda of agitatie bevattende de oproep de Sovjetmacht te ondermijnen of te verzwakken en afzonderlijke contrarevolutionaire daden te stellen. Het maken of verspreiden en bewaren van literatuur met dergelijke inhoud zal vrijheidsberoving voor een termijn van niet minder dan zes maanden tot gevolg hebben.”
- Artikel 70 (versie 1960): “Anti-Sovjetagitatie en -propaganda”
- Artikel 190: “het verspreiden van bewust leugenachtige bedenksels die het maatschappelijk en staatsbestel van de Sovjet-Unie belasteren.”
Het boek Samizdat bevat een overzicht van tal van bekende en minder bekende werken uit de ondergrondse literatuur, steeds met een korte beschrijving van de inhoud van het desbetreffende werk. De auteurs werden vaak gearresteerd en golden dan als ‘politieke gevangenen’. Die categorie bestond niet alleen uit een zogenaamde culturele elite: 40% van alle na Stalin veroordeelde politieke gevangenen was arbeider.
Opvallend is dat het boek Samizdat wederom laat zien hoezeer veel Westerse journalisten en intellectuelen zich bewust blind toonden voor de onderdrukking door het communistische regime in de Sovjet-Unie. Zo richtte een groep Russische schrijvers zich op 10 juli 1927 met een oproep “uit een gevangeniskerker” [de Sovjet-Unie] tot hun collega’s in het Westen: “Hoe valt het te verklaren dat u, scherpzinnigen, die in de diepte van de menselijke geest, in de geest van tijdperken en volkeren doordringt, ons Russen negeert, die gedoemd zijn te knagen aan de ketenen van een vreselijke gevangenis die is opgericht tegen het woord? Waarom zwijgt u wanneer in en groot land de rijpe vruchten en de knoppen van grote literatuur worden gesmoord?[…] waarom hebben schrijvers die Rusland bezochten, waarom hebben zij bij hun thuiskomst hier niets over verteld?” De Westerse pers negeerde deze noodkreet en masse.
Al te veel Westerse schrijvers en journalisten hebben zich inderdaad ook als fellow-travellers van communistische regimes gedragen. Vaak probeerden zij critici op de wantoestanden onder het communisme te negeren of verdacht te maken. Dat bleef lang voortduren. Tekenend is de vraag die een Westerse journalist in 1976 aan dissident Vladimir Boekovski stelde toen hij in Brussel aankwam nadat hij tegen een Chileense communist was geruild: “Meneer Boekovski, bent u van het linkse kamp of van het rechtse?” Boekovski diende hem aldus van repliek: “Mijne heren, ik ben noch van het linkse, noch van het rechtse kamp, ik ben van het concentratiekamp.”



Follow Us!