Gedenk 23 augustus 1939: ‘Zwarte lintjesdag’

Door Patrick van Schie

Tachtig jaar na het treffen van de totalitaire mogendheden

Oorlog hing in de zomer van 1939 al zichtbaar in de lucht; anders dan in 1914 toen na de moord op Oostenrijkse kroonprins Franz Ferdinand en zijn vrouw men nog wekenlang tot in de hoogste regionen dacht dat het niet zo’n vaart zou lopen. Hitlers oorlogszucht was in 1939 te onverhuld. Toch bracht 23 augustus een enorme verrassing. Voor de meeste landen was het een hoogst onaangename verrassing. De ogenschijnlijk grootste tegenstanders van elkaar – Hitlers Duitsland en Stalins Sovjet-Unie – vonden elkaar. In het Molotov-Ribbentroppact, genoemd naar de beide ministers van Buitenlandse Zaken, beloofden zij elkaar niet aan te vallen, ook niet al een van beide landen met een derde partij in oorlog zou raken.

Molotov en Ribbentrop ondertekenden het akkoord onder welwillend toeziend oog van Sovjet-dictator Stalin. Hij kocht tijd, en dacht zich zo Hitler van het lijf te houden. Hitler verzekerde zich van de mogelijkheid om ongehinderd Polen binnen te vallen; wat hij acht dagen later deed. De Westerse landen verklaarden Duitsland weliswaar de oorlog, maar stonden machteloos van verre toe te kijken hoe Hitler een strijdbaar Polen onder de voet liep.

Het grootste venijn van het Molotov-Ribbentroppact zat echter in een geheim protocol. Daarin deelden nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie enkele tussenliggende landen in invloedssferen op. West- en Midden-Polen waren voor Duitsland; Oost-Polen, de tot dan toe ook onafhankelijke Baltische staten (Estland, Letland, Litouwen) en Bessarabië voor de Sovjet-Unie. Ruim twee weken na de Duitse inval in Polen, viel Stalin het oosten van het land binnen. Oost-Polen werd door Stalin bezet en maakte kennis met het communisme.

De meest beruchte nalatenschap was de massamoord bij Katyn. Daar werden later tijdens de Tweede Wereldoorlog enkele duizenden Poolse officieren gevonden. Omdat nazi-propagandaminister Goebbels de zaak breed uitmat, kon de Sovjet-Unie de massamoord lang in de schoenen van nazi-Duitsland schuiven. In de nadagen van de Sovjet-Unie, in 1989-1990, erkende het land alsnog dat de in Katyn gevonden Poolse mannen slachtoffer waren van een bewuste uitroeiing door het communistische regime in Moskou. Het besluit was op het hoogste niveau, in het Politburo, genomen. De communistische machthebbers ruimden mannen uit de Poolse elite uit de weg, om de tegenstand te verminderen tegen de doorvoering van het communisme. Tegenwoordig wordt geschat dat er ongeveer 22.000 Poolse officieren en intellectuelen op bevel van de communistische machthebbers in het Kremlin zijn vermoord.
De drie Baltische staten bleven aanvankelijk formeel onafhankelijk maar zij moesten al wel onder druk van het dreigende Rode Leger bemoeienis van de Sovjet-Unie dulden. In juni 1940, ruim een maand na Hitlers invasie in Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk, lijfde Stalin de Baltische staten in bij de Sovjet-Unie. In één jaar tijd werden zeker 130.000 Esten, Letten en Litouwers door de communisten vermoord of afgevoerd naar Siberië. Dit was meer dan 2% van de toenmalige totale bevolking van de drie landen. Later kregen de Baltische staten Hitlers troepen en na enkele jaren nogmaals het Rode Leger over zich heen. In die jaren werd het totaal aantal slachtoffers van eerst het nationaal-socialisme en daarna (opnieuw) het communisme uit de periode juni 1940-juni 1941 nog zeer ruim overtroffen.

Stalin sloeg in de aanloop van 1941 alle waarschuwingen en tekenen dat Hitler de Sovjet-Unie zou binnenvallen, en daarmee het Molotov-Ribbentroppact zou schenden, in de wind. Maar waar Stalin op 23 augustus 1939 zichzelf slachtoffer maakte van wishful thinking, Vielen de werkelijke slachtoffers onder de burgers in de landen tussen Duitsland en de Sovjet-Unie, door Hitler én op bewust bevel van Stalin en zijn communistische mede-machthebbers. Op 23 augustus 1939 werd een pact getekend dat de levens van honderdduizenden burgers zou verwoesten. De grootste totalitaire vertegenwoordigers van het nationaal-socialisme en het communisme, sloten een bloedig verbond. Duitsland en de Sovjet-Unie bedreven bovendien ouderwetse machtspolitiek van grote landen, waarbij het bestaansrecht van kleinere landen werd ontkend.

Het Europees Parlement heeft 23 augustus tot ‘Black Ribbon Day’ uitgeroepen; een land als Canada heeft deze datum tot gedenkdag gemaakt. Het zou voor alle liberale democratieën zaak moeten zijn op deze dag stil te staan bij de waarde van vrijheid, mensenrechten en nationale zelfbeschikking.

Photo: Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Poland